Bekisting voor een fundering bouwen en plaatsen met bekistingsplanken
- Moeilijkheid
- Gemiddeld
- Bewerkingstijd
- ca. 20 – 45 minuten per strekkende meter
Jouw checklist
Belangrijke aanwijzingen
Waarom zou je de moeite nemen om een bekisting te bouwen?
Het in elkaar zetten en plaatsen van een bekisting kost tijd en geld. In ons voorbeeld willen we op deze fundering een tuinmuur bouwen. De tuinmuur wordt ongeveer 20 m lang. Als je de bekisting waterpas zet, kun je de bovenrand gebruiken als geleiding bij het afreien van het beton. Dat biedt volgens ons een enorm voordeel bij het daarna bouwen van de tuinmuur. Op onze bouwplaats hadden we een hoogteverschil van 5 mm over de volledige 20 strekkende meter.
Bovendien gaan we aan één kant van de tuinmuur grond aanvullen. Daarom leggen we later een drainageleiding aan. Die komt naast de fundering te liggen. Daardoor is de toepassing van een bekisting noodzakelijk.
Let op: de ondergrond moet voorbereid zijn.
Voordat je de bekisting plaatst, moet de ondergrond grondig verdicht zijn. Ook de vorstbeschermingslaag moet zijn aangebracht en nogmaals worden verdicht.
Door de uiteenlopende omstandigheden op bouwplaatsen kunnen de getoonde werkstappen niet met alle afzonderlijke situaties rekening houden. Ze geven onze ervaring weer op het moment waarop de foto's zijn gemaakt en zijn daarom niet bindend. Volg altijd de voorschriften van de fabrikant van het gebruikte gereedschap en de machines.
Bewerkingsinstructies
We gebruiken bekistingsplanken om de bekistingspanelen voor de zijkanten te maken. Onze fundering moet 40 cm hoog worden. Daarvoor gebruiken we twee bekistingsplanken met een breedte van elk 16 cm en één bekistingsplank met een breedte van 8 cm.
Om de bekistingsplanken makkelijker te kunnen hanteren, zagen we ze op een maximale lengte van 2,5 m.
Schroef de bekistingsplanken om de 50 – 60 cm aan een verbindingsplank vast. Zaag de verbindingsplank 10 – 15 cm langer dan de hoogte van het paneel.
Het uitstekende deel is nodig aan de bovenrand van het bekistingspaneel. Schroef de bekistingspanelen altijd vanaf de buitenkant vast – dat maakt het later makkelijker om ze te demonteren.
Als je twee bekistingspanelen hebt gemonteerd, leg je ze met de randen precies gelijk op elkaar. Boor met een houtboor (Ø 6 mm of 7 mm) gaten door beide bekistingspanelen. Boor de gaten ongeveer 10 cm vanaf de onderrand, ter hoogte van de verbindingsplanken.
Steek 6-mm-draadstangen in de voorbereide boorgaten om de bekistingspanelen aan de onderkant stevig met elkaar te verbinden.
Om te voorkomen dat de bekistingspanelen naar elkaar toe schuiven, zet je ze aan de binnen- en buitenkant vast met sluitringen en moeren. Zo kun je tegelijkertijd de exacte breedte van je strokenfundering instellen.
Schuif het tweede bekistingspaneel op de draadstangen en schroef het vanaf de buitenkant vast. Deze stap kun je het beste met z'n tweeën uitvoeren.
We raden aan om de bekistingspanelen aan de buitenkant vast te zetten met sluitringen en vleugelmoeren. Dat maakt het later makkelijker om ze bij het ontkisten te demonteren.
Aan de bovenkant van het bekistingselement kun je de twee bekistingspanelen met een houten lat of een stuk resthout aan elkaar vastschroeven.
Houd ook hier rekening met de gewenste funderingsbreedte.
Vervolgens kun je het gemonteerde bekistingselement in de voorbereide bouwput plaatsen.
Om het bekistingselement uit te lijnen, hebben we van tevoren een richtkoord gespannen.
In dit voorbeeld hebben we een hoek die uit twee hoeken van 45° bestaat. Om de benodigde lengtes makkelijker te kunnen meten, hebben we twee latten met draadstangen op de gewenste funderingsbreedte aan elkaar vastgeschroefd. Zo vormen ze een handige mal.
Daarna plaatsen we de bekistingselementen aan de zijkanten. Met een hoekmeter kun je de bekisting nu precies uitlijnen en de benodigde lengtes nauwkeurig opmeten.
Zaag de bekistingsplanken voor de hoek op de benodigde lengte en schroef ze vast aan de twee aangrenzende bekistingselementen.
Nadat je de bekistingspanelen aan de aangrenzende bekistingselementen hebt vastgeschroefd, zet je de geplaatste bekistingsplanken aan de bovenkant vast met extra verbindingsplanken. Zo voorkom je dat ze naar elkaar toe schuiven.
Bij rechte hoeken schroef je extra latten of planken aan de buitenkant over de aansluiting heen, om de aangrenzende bekistingselementen daar stevig vast te zetten.
Als je een buis door de fundering moet leggen, zaag je met een decoupeerzaag een nauw aansluitende opening in de bekisting uit.
Je kunt de opening ook grof uitzagen en de nauwkeurig passende uitsparing in een UniPlatte maken. Die kun je eenvoudig met een hobbymes snijden.
Schroef de bekistingselementen aan elkaar vast met een overlappende plank. De overlap moet minimaal 5 cm bedragen.
Tip: Je kunt deze plank ook al tijdens het monteren van het bekistingselement aan één uiteinde vastschroeven.
Als alle bekistingselementen zijn geplaatst en aan elkaar zijn vastgeschroefd, zet je de bekisting waterpas. Hiervoor heb je een lange waterpas (1,7–2 m) nodig en een kortere waterpas voor het uitlijnen in de breedterichting.
Om oneffenheden te compenseren, leg je montageplaten onder de bekisting totdat deze waterpas staat. Je kunt meerdere platen op elkaar leggen.
Montageplaten zijn verkrijgbaar in diktes van 2 mm tot 20 mm. Hoe nauwkeuriger je hebt gewerkt bij het egaliseren en verdichten van de onderbouw, hoe minder platen je nodig hebt. Op onze bouwplaats hebben we platen van 3 mm en 5 mm dik gebruikt.
Als je de bekistingselementen waterpas hebt gezet, moet je ze met grondpennen vastzetten zodat ze niet kunnen verschuiven.
Als alternatief kun je houten latten van een punt voorzien en die gebruiken. In de praktijk kan het echter lastig zijn om houten palen door de verdichte vorstbeschermingslaag te slaan.