Verwerkingstips
Verwerkingstips
Een uitgebreide stap-voor-staphandleiding voor het bepleisteren vind je op de bijbehorende productpagina’s.
Buitenpleister altijd in 2 lagen
Pleisterwerk voor buiten wordt volgens de huidige technische richtlijnen en de DIN-normen in 2 lagen aangebracht en moet een totale laagdikte van minimaal 20 mm hebben. Ongeacht de voorbereiding van de ondergrond bestaat het uit een raaplaag en een afwerkpleister.

De raaplaag is meestal een kalk-, kalkcement- of cementpleister. Een uitzondering hierop is de isolatiepleister. De pleisterdikte van de raaplaag bedraagt 15-18 mm. Exacte gegevens over de mogelijke laagdikte per pleisterlaag vind je in de bijbehorende technische informatiebladen. Als er een dikkere pleisterlaag nodig is, bijvoorbeeld bij erg oneffen metselwerk, moet er een extra pleisterlaag worden aangebracht.
Pleisters voor de raaplaag kunnen ook als afwerkpleister worden toegepast, mits dit niet expliciet wordt uitgesloten in de technische documentatie. Voor de raaplaag en als afwerkpleister kun je de volgende Baumit-producten gebruiken:
Kalkcementpleister
Kalkcementpleister Licht
Sokkelcementpleister
Licht sokkelpleister
Na het aanbrengen van de raaplaag wordt het oppervlak van de pleisterlaag bewerkt volgens de eisen van de afwerkpleister. Als er later een decorpleister wordt aangebracht (bijv. Silicaatpleister, siliconenpleister, Strijkpleister, Ruw pleister van München enz.), wordt het oppervlak van de verse pleister met een pleisterschaaf afgeschaafd. Foto’s en een beschrijving vind je bij de verwerkingsstappen van het betreffende product. Als de afwerkpleister als viltpleister moet worden uitgevoerd, wordt het oppervlak van de verse pleister opgeruwd met een straatbezem of een pleisterkam. Voordat je de afwerkpleister aanbrengt, moet de raaplaag volledig doorgedroogd zijn. De wachttijd is minimaal 1 dag per millimeter pleisterdikte. Bij koud of vochtig weer moet je de wachttijd naar behoefte verlengen. De afwerkpleister wordt, afhankelijk van het product, aangebracht in een dikte van 2 tot 5 mm. Meer informatie hierover vind je in het gedeelte over afwerklagen.
Houd je altijd aan de wachttijden
De wachttijd is minimaal 1 dag per millimeter pleisterdikte. Bij koud of vochtig weer moet je de wachttijd naar behoefte verlengen. Bijvoorbeeld: 15 mm pleisterdikte → minimaal 15 dagen wachttijd.
Dezelfde wachttijd geldt voor een afwerkpleister voordat je een verfsysteem, tegels of iets dergelijks kunt aanbrengen.
Bescherming tegen te snelle wateronttrekking
Minerale pleisters zoals kalkcement-, cement- en kalkpleisters worden met water aangemaakt. Alleen daardoor kan de reactie plaatsvinden die de pleister laat uitharden. Als het aanmaakwater te snel aan de pleister wordt onttrokken door sterk zuigende ondergronden, hoge temperaturen, wind of te felle zon, is het resterende water mogelijk niet meer voldoende om het uithardingsproces volledig af te ronden. Daardoor bereikt de pleister niet de benodigde sterkte.
Dit is goed te herkennen doordat er veel zandkorrels loskomen van het oppervlak. Ook merk je dat de pleister weinig sterkte heeft als je er met een schroevendraaier of iets dergelijks in krabt. Andere vormen van schade zijn krimpscheuren of holle plekken. Ervaren stukadoors noemen dit het ‘verbranden’ van de pleister. Vaak is de pleister hierdoor onherstelbaar beschadigd en moet hij worden vervangen.
Waar moet je op letten?
- Met Baumit Hechtprimer bereid je sterk zuigende ondergronden zeer goed voor op het aanbrengen
van een buitenpleister.
- Bij temperaturen boven de 30 °C kun je beter niet bepleisteren. Verplaats deze werkzaamheden
naar de vroege ochtend of de late avond.
- Bij felle zon of wind moet je het oppervlak afschermen met een steigerzeil of een
steigernet.
Diagonale wapening
Bij ramen, deuren en andere openingen in gebouwen zie je regelmatig scheuren die vanuit de hoeken doorlopen in het oppervlak. Het kan hierbij gaan om kerfscheuren, die door uitzetting van het metselwerk ontstaan op kwetsbare plekken zoals openingen en inkepingen in pleisterwerk. Deze scheurvorming kun je heel eenvoudig beperken met een zogenaamde diagonale wapening.