Zo verwerk je kleipleister op de juiste manier
- Moeilijkheid
- Gemiddeld
- Bewerkingstijd
- ca. 15 tot 25 minuten per m² (exclusief droog- en wachttijden)
Jouw checklist
Belangrijke aanwijzingen
De ondergrond moet stevig, draagkrachtig en vrij van vuil en stof zijn. Het te bepleisteren oppervlak moet gelijkmatig zijn opgedroogd. Bereid betonoppervlakken (maximaal vochtgehalte van het beton: 3 gewichtsprocent) en andere gladde, niet-zuigende ondergronden voor met een hechtlaag van Baumit Fassaden- und Sanierungsspachtel van ca. 3 mm dik en ruw deze horizontaal op. De hechtlaag moet volledig droog zijn voordat je de kleipleister aanbrengt. Verwijder altijd alle filmvormende lossingsmiddelen.
De omgevingstemperatuur en de temperatuur van de ondergrond mogen tijdens de werkzaamheden niet lager zijn dan +5 °C en niet hoger dan +30 °C. Bescherm het oppervlak tijdens de eerste dagen van het drogen tegen vorst.
Door de uiteenlopende omstandigheden op bouwplaatsen kunnen de getoonde werkstappen niet met alle afzonderlijke situaties rekening houden. Ze geven onze ervaring weer op het moment dat de foto's zijn gemaakt en zijn daarom niet bindend. Neem altijd de actuele technische documentatie (bijv. het productinformatieblad, aanvullende technische informatie enz.) van de getoonde producten in acht.
Bewerkingsinstructies
Maak de hechtspecie op basis van klei volgens de aanwijzingen op de verpakking of in het productinformatieblad aan tot een yoghurtachtige consistentie. Breng de aangemaakte hechtspecie met een blokkwast aan op de voorbereide ondergrond. De dikte van de grondlaag is meestal 1 - 2 mm, maar hangt sterk af van het zuigvermogen en de aard van de ondergrond. Afhankelijk van het zuigvermogen van de ondergrond moet je één of meerdere keren voorstrijken.
Doe schoon water en de kleipleister in een schone mortelkuip om ze te mengen. De benodigde hoeveelheid water vind je in het productinformatieblad of op de zak. Voeg geen andere materialen toe.
Vooral bij grote hoeveelheden is het aan te raden om een elektrische menger te gebruiken voor het mengen van de pleister. Meng het materiaal totdat het een homogene, klontvrije en gelijkmatige consistentie heeft.
Breng de verse kleipleister met een roestvrije pleisterspaan aan op de voorbereide ondergrond. De eerder aangebrachte hechtspecie op basis van klei moet hierbij nog vochtig zijn, maar mag niet glanzen. Als de hechtspecie al is aangedroogd, moet je deze opnieuw bevochtigen.
De minimale pleisterdikte is 10 mm bij verwerking als raaplaag en 5 mm bij toepassing als afwerkpleister. Bij een totale pleisterdikte van meer dan 10 mm en bij andere ongunstige omstandigheden moet je in meerdere lagen werken. Houd daarbij voldoende wachttijd aan om de raaplaag volledig te laten drogen (minimaal 1-2 dagen per 1 mm pleisterdikte, afhankelijk van de luchtvochtigheid).
Ruw het oppervlak van de verse pleister op met een straatbezem of iets dergelijks om de hechting van de tweede laag te verbeteren. Voordat je de tweede laag aanbrengt, moet de eerste pleisterlaag volledig droog zijn. Kleipleister heeft meestal ongeveer 2 dagen droogtijd per millimeter pleisterdikte nodig. Zorg voor voldoende ventilatie tijdens de droogtijd.
Nadat de kleipleister aan het oppervlak is aangetrokken, kun je het oppervlak met een oranje of wit viltbord vilten en zo afwerken. Controleer het oppervlak door er met je duim op te drukken. Als de pleister niet meer meegeeft, kun je beginnen met het aanbrengen van structuur. Bevochtig daarvoor het oppervlak licht en vilt het met een viltbord in cirkelvormige bewegingen. Zo moet een gelijkmatig oppervlak zonder aanzetten ontstaan. Als de pleister daarbij smeert, is deze nog te vochtig en is er meer droogtijd nodig. Tijdens het vilten komen zandkorrels naar het oppervlak. Veeg deze na het drogen van het pleisteroppervlak weg.
Verdun 1 deel Kleiversterker met minimaal 2 delen water.
Voeg geen andere materialen toe. Roer het product vóór de verwerking grondig door. De ondergrond moet volledig droog of uitgehard zijn. Breng Baumit Kleiversterker uitsluitend door sproeien over het hele oppervlak aan (stel een fijn vernevelende sproeistraal in). Doordrenk of overspoel het oppervlak van de kleipleister nooit, omdat er anders verkleuringen, glansvorming of een te hoge sterkte kunnen ontstaan.