EPS-isolatieplaten (ETICS) op de juiste manier verlijmen en wapenen
- Moeilijkheid
- Gemiddeld
- Bewerkingstijd
- ca. 10 tot 15 min. per vierkante meter
Jouw checklist
Belangrijke aanwijzingen
Geschikte ondergronden zijn minerale oppervlakken zoals beton, metselwerk en kalk- en kalkcementpleister, mits deze stevig, draagkrachtig, schoon en volledig droog zijn. Verwijder losse delen, holklinkende plekken, afbladderende verflagen, oude lagen lijmverf, olie en vet. Dek kwetsbare delen (glas, keramiek, metaal enz.) vóór de verwerking af of plak ze af.
De omgevingstemperatuur en de temperatuur van de ondergrond mogen tijdens de werkzaamheden niet lager zijn dan +5 °C en niet hoger dan +30 °C. Bescherm het oppervlak tijdens de eerste dagen van het drogen tegen regen en vorst.
Door de uiteenlopende omstandigheden op bouwplaatsen kunnen de getoonde werkstappen niet alle individuele situaties behandelen. Ze geven onze ervaringen weer op het moment dat de foto's zijn gemaakt en zijn daarom niet bindend. Neem altijd de actuele technische documentatie (bijv. het productinformatieblad, aanvullende technische informatie enz.) van de getoonde producten in acht.
Bewerkingsinstructies
Om de lijmmortel aan te maken, giet je eerst water in een schone mortelkuip of een vergelijkbare bak. De aanbevolen hoeveelheid water vind je op de achterkant van de zak of in het technische informatieblad.
Voeg vervolgens de lijmmortel toe en meng tot er geen klontjes meer zijn. Kleinere hoeveelheden kun je met de hand aanmaken met een roestvrije metseltroffel. Voor hele zakken raden we het gebruik van een elektrische menger aan.
Breng eerst rondom een lijmrand aan op de voorbereide en eventueel op maat gesneden isolatieplaat. De rand moet ongeveer 5 tot 7 cm breed zijn. Op onze foto zie je hoe je de rand eenvoudig met een metseltroffel kunt aanbrengen.
Breng vervolgens 3 dotten mortel gelijkmatig verdeeld over de isolatieplaat aan. Na het aandrukken tegen de muur moeten deze samen met de lijmrand een hechtoppervlak van minimaal 40 % van het plaatoppervlak vormen.
Verlijm de voorbereide isolatieplaat direct op de voorbereide ondergrond. Zorg ervoor dat er geen lijm in de lint- en stootvoegen terechtkomt, want dit kan tot koudebruggen leiden.
Met een schuurbord kun je de net aangedrukte plaat op zijn plaats brengen. Het schuurbord voorkomt deukjes die kunnen ontstaan wanneer je de plaat met je vlakke hand aantikt.
Zorg ervoor dat er geen hoogteverschil ontstaat ten opzichte van de aangrenzende platen. Controleer met een waterpas of de plaat loodrecht staat.
Snijd de plaat bij hoeken van ramen en deuren vóór het verlijmen op maat. Het resterende deel van het isolatiemateriaal onder en boven de hoeken moet ongeveer 15 cm breed zijn. Dit noemen we een pistoolsnede (zie stap 13 van de handleiding). Houd hiervoor de plaat op zijn plaats en markeer met een potlood het deel dat je moet verwijderen.
Om de aansluiting van het eindstuk van de vensterbank op het isolatiesysteem af te dichten, breng je vóór het verlijmen van de isolatieplaat voegafdichtingstape aan. Gebruik uitsluitend door het bouwtoezicht goedgekeurde voegafdichtingstape met een breedte van minimaal 15 mm en een gegarandeerde slagregen- en winddichtheid bij voegbreedtes van 3 tot 7 mm.
Hier zie je hoe de voegafdichtingstape onder de vensterbank is aangebracht.
Om te voorkomen dat de voegafdichtingstape verschuift wanneer je de isolatieplaat op zijn plaats schuift, kun je de tape tijdens de montage bijvoorbeeld voorzichtig met een metseltroffel naar beneden drukken.
Controleer met een waterpas of de isolatieplaten loodrecht staan.
Voordat je verdergaat met het plaatsen van de pluggen of het aanbrengen van de wapeningsmortel, moeten de pas verlijmde isolatieplaten minstens 3-4 dagen drogen. Bij lagere temperaturen tussen 5 en 10 °C raden we een wachttijd van minimaal 5-7 dagen aan.
Meng de lijmmortel met schoon water volgens de aanwijzingen op de achterkant van de zak of in het technische informatieblad. Breng vervolgens de verse lijmmortel met een pleisterspaan aan op de isolatieplaten.
Om de laagdikte beter te kunnen controleren, kam je het verse materiaal door met een getande spaan met een vertanding van 10 mm.
Breng nu het Baumit Wapeningsweefsel aan in de verse wapeningslaag. Werk van boven naar beneden. Je drukt het wapeningsweefsel het makkelijkst met de getande kant van de getande spaan in de verse mortel. Strijk het oppervlak vervolgens dicht met de gladde kant.
Na afloop van de werkzaamheden moet het weefsel in het midden van de wapeningslaag zijn ingebed en mag het niet meer zichtbaar zijn.
Druk het weefsel bij binnenhoeken goed aan. Zorg voor een overlapping van minimaal 10 cm tussen twee banen (aan de zijkanten en eventueel boven en onder), en ook bij aansluitingen op pvc-hoekprofielen, afwerkprofielen of weefselbanen aan sokkelprofielen.
Met de afwerkpleisters die je hierna aanbrengt, kun je oneffenheden in de wapeningsmortel meestal niet wegwerken. Strijk het oppervlak van de verse wapeningsmortel daarom zo vlak mogelijk en zonder aanzetten af.
We raden hiervoor een breed spackmes aan. Deze zijn verkrijgbaar in breedtes van 30 tot 50 cm. Onze demonstrateurs werken graag met een breedte van ongeveer 40 cm.
Breng bij binnenhoeken bij voorkeur een overlappende weefselbaan aan. Dit voorkomt mogelijke scheurvorming in de binnenhoeken. Breng weefselbanen onderling altijd met een overlapping van 10 cm aan. Bij het Baumit Wapeningsweefsel herken je de benodigde overlapping eenvoudig aan de zwarte streep langs de rand van het weefsel. Werk ook bij bijvoorbeeld hoekprofielen, sokkelafsluitprofielen en afwerkprofielen met overlapping.