Brandwerende stroken correct aanbrengen als brandbeveiliging voor EPS-gevelisolatie
- Moeilijkheid
- Eenvoudig
- Bewerkingstijd
- ca. 15 - 25 min. per strekkende meter, inclusief verlijmen en bevestigen met pluggen, exclusief droogtijden
Jouw checklist
Belangrijke aanwijzingen
De minerale ondergrond moet droog, schoon en stofvrij zijn. Controleer oude verflagen op hun draagkracht en verwijder ze indien nodig. De omgevingstemperatuur en de temperatuur van de ondergrond mogen tijdens de werkzaamheden niet lager zijn dan +5 °C en niet hoger dan +30 °C. Bescherm het oppervlak tijdens de eerste dagen van het drogen tegen regen en vorst.
Door de uiteenlopende omstandigheden op bouwplaatsen kunnen de getoonde werkstappen niet met alle individuele situaties rekening houden. Ze geven de stand van onze ervaring weer op het moment waarop de foto's zijn gemaakt en zijn daarom niet bindend. Raadpleeg altijd de actuele technische documentatie (bijv. het productinformatieblad, aanvullende technische informatie, enz.) van de getoonde producten.
Bewerkingsinstructies
Om Lijmmortel ALLROUND aan te maken, vul je een mortelkuip met schoon water. De aanbevolen hoeveelheid water vind je op de achterkant van de zak.
Voeg vervolgens Lijmmortel ALLROUND toe en meng tot er een homogene, klontvrije massa ontstaat. Hiervoor is een elektrische menger bijzonder geschikt.
De hier getoonde brandwerende strook Firestop heeft aan beide zijden van de isolatieplaat een verschillende coating. De plaat rechts, met de strepen in de coating, ligt op de foto met de lijmzijde naar boven.
De plaat links op de foto, met het wafelpatroon op het oppervlak, ligt met de wapeningszijde naar boven.
Breng de vers aangemaakte lijmmortel met een roestvrijstalen getande spaan (10 tot 14 mm) aan op de voorbereide ondergrond. Laat de lijmlaag iets boven de 20 cm hoge isolatieplaat uitsteken.
Breng nu verse lijmmortel met een roestvrijstalen getande spaan (10 of 14 mm) aan op de volledige lijmzijde van de lamellenplaat, zonder plekken over te slaan.
De brandwerende strook Firestop wordt verlijmd met de zogenaamde buttering-floatingmethode. Daarbij wordt de lijm over het volledige oppervlak aangebracht en met een getande spaan in rillen getrokken. De lijmrillen op de ondergrond en op de plaat moeten elkaar bij het verlijmen kruisen.
Zo kunnen de lijmrillen op de muur verticaal lopen en die op de plaat bij het verlijmen horizontaal. Op de foto kun je dat goed zien.
Lijm vervolgens de brandwerende strook Firestop op de voorbereide muur. Let erop dat er geen lijmmortel in de stoot- of lintvoegen terechtkomt. Gebeurt dit toch, verwijder deze lijmmortel dan zo volledig mogelijk.
Met een schuurbord of iets dergelijks kun je nu de isolatieplaat aandrukken. Als je met je handpalm aandrukt, kan het oppervlak van de plaat vervormen. Daarom is het aan te raden om een groter schuurbord te gebruiken.
Bij binnen- en buitenhoeken moet je de isolatieplaten zonder kieren in verband verlijmen. Zorg er ook voor dat de platen in elkaar grijpen met eventuele sokkelisolatie of andere gevelisolatieplaten.
Verwijder tot slot de uitstekende lijmmortel met een metseltroffel of iets dergelijks. Zorg ervoor dat er zo min mogelijk lijmmortel op de bovenrand van de isolatieplaat achterblijft.
Als je de brandwerende strook Firestop moet inkorten, kun je daarvoor heel goed een handzaag (vossenstaart) gebruiken. Zorg voor een zo recht mogelijke zaagsnede om warmtebruggen te voorkomen.
Na minimaal 3 dagen is de lijm achter de isolatieplaten voldoende gedroogd om met de bevestiging met pluggen te beginnen. Voor het plaatsen van de Baumit Tellerschlagdübel thermotop H2 plus heb je een boor met een diameter van 8 mm nodig. De verankeringsdiepte in de muur bedraagt 25 mm bij beton, massieve bakstenen of holle en geperforeerde stenen, en 45 mm in cellenbeton.
Boor het gat 10 mm dieper dan de verankeringsdiepte, dus 35 of 55 mm. Zit er een oude pleisterlaag op het metselwerk, tel de dikte daarvan (meestal ca. 20 mm) er dan nog bij op.
Schuif op elke te plaatsen slagplug met schotel de extra Plugschotel 90 mm. Deze moet vlak op de groene schotel van de isolatieplug aansluiten.
Steek vervolgens de slagplug met de erop geschoven Plugschotel 90 mm in het voorbereide boorgat. Schuif de plug zo ver in het boorgat dat de plugschotel op de isolatieplaat rust.
Sla met een hamer de nagel van de slagplug met schotel in. Daarmee zet je de isolatieplug vast in het metselwerk.
De slagplug met schotel zit goed in het isolatiemateriaal als de schotel niet uitsteekt. Dit kun je bijvoorbeeld eenvoudig controleren met een duimstok.
De pluggen mogen maximaal 40 cm uit elkaar zitten.
Houd zowel rechts als links 15 cm afstand tussen de pluggen en de zijrand van de brandwerende strook.
Bij eengezinswoningen met een gebouwhoogte tot 10 m zijn bij EPS-gevelisolatie 3 brandwerende stroken rondom het gebouw voorgeschreven. Plaats de onderste brandwerende strook boven de sokkelisolatie (spatwaterzone), op maximaal 90 cm boven het maaiveld.
Breng de tweede strook aan ter hoogte van de 1e verdiepingsvloer boven het maaiveld of aangrenzende horizontale gebouwdelen (bijv. het dak). Deze strook mag echter niet meer dan 3 m boven de eerste brandwerende strook liggen. Op onze foto zie je de onderste en de tweede brandwerende strook.